Armand Heins, 1856-1938

Deeftinge een Rechtsgebied onder de vrye Heerlykheid van Boulaare, ‘t welk als een Leen van de zelve Heerlykheid, bezeten word.
Aan Deeftinge is zyne Geboorte verfschuldigt Giflenus Timmerman, Abt van St. Peters-Floofter op den Berg Blandyn, en Primaat van wegens den Koning van Spanje, verfcheide Gezantfchappen aan de oproerige Staten bekleed heeft.
Uit: “Verheerlykt Vlaandere”, A. Sanderus, 1735


Deftinge wordt voor het eerst in 1050 vermeld als ‘Davatinge’, wat teruggaat tot de Keltische naam Dabantinco. Deze laat zich splitsen in de stam ‘dab’ (?) en de suffixen ‘ant’ en ‘ank’; het eerste ontmoeten we ook in voltooide deelwoorden als ‘etend’ en ‘werkend’ en drukt dus een voortdurende bezigheid uit, terwijl het tweede een ‘voortkomen uit’ weergeeft.

Deftinge maakte tot aan de Franse Revolutie deel uit van de Baronie van Boelare, in de kasselrij en het Land van Aalst; het vormde een afzonderlijke vierschaar en had de baron zelf als dorpsheer. De heerlijkheid werd voor hem beheerd door zeven schepenen en een luitenant-baljuw.

Volgens sommige auteurs zou de eerste vermelding van Deftinge dateren uit 1026: in een akte deed de Sint-Pietersabdij van Gent afstand van o.a. 24 bunder in Davatinge gelegen grond in ruil voor de bezittingen van een zekere Lantbertus en zijn vrouw in Letterhoutem. De toponymie-specialist M.Gysseling, beweert echter dat deze oorkonde vals is en pas uit het midden van de 11de eeuw zou stammen. De volgende vermelding van Deftinge dateert van 1130: Daventengem; (1142), Dephtenghem (1181), Daptengem (1211), enz.

De oorsprong van het woord Deftinge is onzeker en heeft dan ook aanleiding gegeven tot heel wat gissingen.
Sommigen zien het als ‘woning van Dabot’.J. Lindemans dacht aan een Friese of Saksische vorm afgeleid van Thiatboldingen voor Theobaldingen. M. Gysseling denkt aan een germanisering van het keltische dabantico,een hydroniem.
Kelten aangetrokken door het water van de Molenbeek en door de vruchtbare grond zouden zich eeuwen geleden in het gebied gevestigd hebben.
Andere toponiemen in de buurt zoals Mushole, Pikkelgem, ter Beke, enz. zijn echter allemaal van Germaanse oorsprong wat zijn verklaring twijfelachtig maakt;

Deftinge was één van de twaalf dorpen die ressorteerden onder de baronie van Boelare, één van de vijf vrije heerlijkheden in het land Van Aalst.
Dit betekende dat de baronnen van Boelare zowel rechterlijk als op bestuurlijk vlak hier de macht uitoefenden.

Echte grote, belangrijke gebeurtenissen die in een geschiedenishandboek terug te vinden zijn, hebben hier nooit plaatsgehad.
Wel kwam het in Deftinge tijdens de Gentse opstand tegen Filips de Goede tot een treffen tussen Gentse en Henegouwse troepen ( 4 juni 1452)


Op 24 februari 1819 schonk de Nederlandse regering een wapen van zilver met twee knotsen in natuurkleur, in schuinkruis geplaatst met de handvatten naar de punt gericht en met omboordsel van keel.
Het Koninklijk Besluit van 21 juli 1843 heeft deze toekenning bekrachtigd.