Armand Heins, 1856-1938

Heerlykheid van St. Marie-Lierde, het welk voormaals den Naam van Graaffchap had.
Dit gebied ‘t welk omtrent negen hondert mergen Lands begrypt, is tuffchen Aalft en Oudenaarde, vyf vierde deelen van een myl van Gendt, en naby Geertsberge gelegen.
De Graaven van Maftaing zyn veele jaren lang Heeren van dit Gebied geweeft doch tegenwoordig behoort het aan den Edelen Heer de la Faille; Voorzitter van de Raad van Vlaandere.

Uit: “Verheerlykt Vlaandere”, A. Sanderus, 1735


De oudste vermelding van Sint-Maria-Lierde (Lierda) dateert uit de periode 1034-1058 en is te vinden in een akte van de Gentse Sint-Pietersabdij.

Daarna vindt men Lirda(1111), Lirde (1130) en Lirda Sancte Marie (3de kwart 12de eeuw).
Wat Lierde betekent is nog niet geweten. Sommige auteurs zien er een Germaanse oorsprong in.

Sint-Maria-Lierde, genaamd de ‘grafelijkheid’, maakte eerst deel uit van de bezittingen van de familie van Massemen en daarna van de familie de Lalaing. Jan Frans de Jauche, graaf van Lalaing verkocht het domein in 1642 aan Jan Baptiste della Faille, lid en later voorzitter van de Raad Van Vlaanderen.











In 1818 gaf de Nederlandse regering aan de gemeente een wapen waarvan de religieuze symboliek duidelijk is. Het wapen werd bekrachtigd door het Koninklijk Besluit van 20 december 1840. Het is van lazuur met een zilveren hart gevlamd van goud, beladen met een schoof van sinopel, overtopt door een gouden kroon waarop een H.-Hart van hetzelfde rust.